Overig.

Overige zaken

 

ICT

De Prisma-visie op ICT:

ICT is geen doel op zich. Alle scholen binnen stichting Prisma hebben een onderwijsvisie en daar is ICT een onderdeel van. ICT wordt gezien als een middel dat optimaal gebruikt kan worden om de leeromgeving van de kinderen uitdagender en interactiever te maken.

ICT-toepassingen zijn onlosmakelijk verbonden met de 21th century skills. Op de scholen van Prisma willen we een omgeving creëren waarin we tegemoet kunnen komen aan de ontwikkeling van deze vaardigheden, zowel voor leerlingen als voor leerkrachten. Uiteraard met aandacht voor veilig en verantwoord gebruik van sociale media. Daarom willen we onze leerlingen optimaal toerusten met kennis en vaardigheden en bevorderen dat zij op een open wijze leren communiceren.

Onderwijs voor de Nieuwe Tijd of Onderwijs voor Nu en Straks. Daarin hebben innovatief en kritisch denken, onderzoek en problemen oplossen, communicatie en samenwerken een belangrijke plaats. Het internet, e-learning, het gebruik van sociale media en online applicaties maken samenwerken in de school en daarbuiten mogelijk en vergroten de communicatiemogelijkheden.

We zijn overtuigd dat ICT een grote rol zal en moet spelen in de manier waarop kinderen les krijgen en leren. Naast ‘live instructie’ door de leerkracht zullen in de school of elders opgenomen video-instructiefilms hun intree doen. Opgenomen lessen en leerling-leerling uitleg op video zal een plaats krijgen in het onderwijs. Verwerking op papier zal afnemen. De adaptieve verwerkingsstof zal digitaal zijn en zowel op school als thuis beschikbaar zijn. Ook in schooljaar 2016/2017 zal veel aandacht uitgaan naar veilig computergebruik en de omgang met sociale media. Groep 5 t/m 8 volgen elke maand de les ‘Mediawijsheid’ van Nieuwsbegrip.

In schooljaar 2015/2016 zijn alle groepen voorzien van een Prowise-touchscreen, zodat optimaal van de moderne, digitale mogelijkheden van dit ‘schoolbord’ gebruik gemaakt kan worden. Daarnaast is het aantal ipads uitgebreid, zodat leerlingen veelvuldig dit (individuele) medium ter hand kunnen nemen.

Techniek: onze school doet er aan mee!

Het programma VTB (Verbreding Techniek Basisonderwijs) heeft basisscholen geholpen om wetenschap en techniek een structurele en geïntegreerde plaats in het onderwijs te geven. Het doel van het Programma VTB was kinderen in aanraking te brengen met wetenschap en techniek, zodat zij hun talenten ontdekken en een positieve attitude ten aanzien van wetenschap en techniek ontwikkelen. Ook onze school heeft in de voorbije schooljaren aan dit programma deelgenomen.

Op meerdere momenten (lessen, excursies) wordt er binnen de groepen 5 t/m 8 dan ook aandacht aan besteed. We geven wetenschap en techniek meer structureel een plaats binnen ons onderwijs d.m.v. de Jeelo-projecten.. Ook komt techniek meer structureel aan bod binnen de uitstapjes/excursies van alle groepen en de creatieve vakken.

In schooljaar 2015/2016 zijn nieuwe impulsen ontstaan binnen stichting Prisma. Wetenschap en techniek is een aandachtspunt binnen de kwaliteitskring wereldoriëntatie en iedere Prisma-school is vanuit het plaatselijke bedrijfsleven een ‘techniek-adviseur’ toegewezen, welke op vraag van de school contacten kan leggen met het bedrijfsleven uit de regio.

Daarnaast is in schooljaar 2016/2017 bij VO-school Het Bouwens een technieklocatie gerealiseerd, het Ontdeklab, waar iedere school/groep op aanvraag meermaals gebruik van kan maken.

Verkeer: veiligheid voorop!

Wij vinden bij verkeersonderwijs de houding van het kind in het verkeer zeer belangrijk. We proberen de ouders er bewust van te maken dat een goede houding bij hun kind(eren) wordt gestimuleerd, wanneer ook zij hier hun verantwoordelijkheid in nemen.

In de onderbouw is het vakgebied verkeer geïntegreerd binnen verschillende thema’s, zoals vervoer, de politie, waar wonen wij, etc. Daarbij wordt aandacht besteed aan de verkeersregels, de verkeersborden en afspraken die er zijn binnen het verkeer. De kinderen worden zich spelenderwijs bewust van verkeersregels, hun gedrag en verantwoordelijkheid wanneer zij aan het verkeer deelnemen. Waar mogelijk gaan de kinderen buiten, op de speelplaats of in de wijk, oefenen. Wij praten hier dan over ervaren, beleven, leren, begrijpen. Als basis hiervoor gebruiken we het pakket ‘Jong leren in het verkeer’ (peutergroep), Een rondje verkeer (groep 1 t/m 3) en Stap vooruit (groep 4). E.e.a. wordt gedaan in overleg met de verkeersouder van onze school.

De midden- en bovenbouw maken gebruik van de verkeerskranten van Veilig Verkeer Nederland (Op Voeten en Fietsen, groep 5/6 – Jeugdverkeerskrant, groep 7/8). Ook hier staat praktisch oefenen, waar mogelijk, voorop. Uiteraard beantwoorden deze kranten aan de kerndoelen die voor verkeer beschreven staan. De kinderen raken vertrouwd met de verschillende rollen die zij in het verkeer kunnen hebben, zoals: speler, wandelaar, fietser, bestuurder. De verschillende verkeerskranten houden rekening met het niveau en de beleving van de verschillende bouwen.

In de groepen 7 en 8 nemen de kinderen deel aan het schriftelijk en praktisch verkeersexamen. Ook wordt er aandacht besteed aan de school-thuisroute op het moment dat zij overstappen naar het Voortgezet Onderwijs. Dit doen we d.m.v. het houden van een fietscontrole, het proeffietsen van de examenroute en het oefenen van het schriftelijk examen via internet.

Voor alle ouders is er een verkeersboekje met daarin de belangrijkste verkeerszaken in de omgeving van de school. Dit boekje wordt tweejaarlijks onder de aandacht van de ouders gebracht. Mede hierdoor draagt onze school het Limburgse verkeersveiligheidslabel.

Bovenstaande zaken worden jaarlijks vastgelegd in een verkeersactieplan, welk ter beoordeling wordt voorgelegd aan het ROVL. (Regionaal Orgaan Verkeersveiligheid Limburg).

Net als de andere scholen van stichting Prisma maakt onze school deel uit van het zogeheten VEBO-verkeersnetwerk, een verkeersconvenant-netwerk dat eenmaal per jaar bij elkaar komt (gemeente, VVN, ROVL en verkeersouders en verkeerscoördinatoren van de scholen).

Activiteiten vanuit dit VEBO-netwerk zijn:

  • Opname van verkeerseducatie in het schoolbeleidsplan en/of schoolgids,
  • Begeleiding en ondersteuning van schoolteams in individuele leerkrachten bij de keuze van materialen en methodieken,
  • Gestalte geven aan een (fysiek) verkeersveilige schoolomgeving,
  • Zorgen voor een veilige school-thuisroute voor de leerlingen,
  • Nascholing en informatie voor leerkrachten, verkeerscoördinatoren en verkeersouders m.b.t. nieuwe ontwikkelingen op verkeerseducatief gebeid,
  • Mede opstellen van activiteitenplannen (per school en/of per gemeente) i.s.m. andere instanties die actief zijn op het terrein van verkeerseducatie (o.a. via lokale netwerken).

Voor het basisonderwijs geldt dat activiteiten en campagnes moeten aansluiten op het routinematige werken in de klas. Dit betekent dat:

  • Er moet worden aangesloten op de gebruikte methodes,
  • Duidelijk wordt aangegeven waarom verkeerseducatie nodig is: maatschappelijke relevantie,
  • Er faciliteiten voor scholen gewenst zijn:

. materiële voorzieningen: bijv. verkrijgen van hulpmiddelen voor omgevingsgericht verkeersonderwijs en financiële ondersteuning (werkbudget);

. immateriële ondersteuning: begeleiding en ondersteuning van zowel binnen- als buitenschoolse activiteiten door het lokale netwerk.

Onderstaand een aantal activiteiten op dit gebied:

  • Er is een verkeersouder en een verkeerscoördinator,
  • Deelname aan de gemeentelijke verkeersnetwerkbijeenkomst door de verkeersouder,
  • Deelname aan verkeerscampagnes zoals ‘De scholen zijn weer begonnen’ en ‘Op voeten en fietsen naar school’. Tevens tweejaarlijkse deelname aan het ANWB-programma Streetwise;
  • Analyse door leerlingen van groep 8 van de schoolthuisroute naar hun toekomstige school V.O.
  • Bespreking verkeersveiligheid rondom de school op de maandelijkse vergaderingen van de oudervereniging;
  • Besprekingen met de gemeente over eventuele aanpassingen;
  • Schrijven van een actieverkeersplan;
  • Voldoen aan het label ‘Verkeersveilige school’.

Burgerschapsvorming: kinderen leren adequaat te functioneren in de samenleving

Het voorbereiden van leerlingen op een plek in de samenleving is belangrijk. Bij deze burgerschapsvorming spelen een drietal aspecten een rol: identiteit (o.a. waar hoor ik bij/voel ik me thuis, uit welk milieu kom ik, wat is mijn etnische afkomst, wat betekent het voor mij dat ik een jongen/meisje ben), democratie (wat zijn de spelregels, wat zijn grondrechten en plichten, waarover mag ik meepraten en beslissen, hoe ga ik om met diversiteit) en participatie (op welke wijze kan ik deelnemen en invloed hebben op de democratische en multiculturele samenleving).

Burgerschapsvorming is niet te benaderen als een vak of een leergebied. Aspecten ervan (respect hebben voor elkaar, verantwoordelijk voor je eigen gedrag, samenwerken, democratische houding, etc.) komen terug in het pedagogisch klimaat, de omgang met elkaar (sociaal emotionele ontwikkeling: de school is een oefenplaats waar kinderen leren samen te leven en waar een kind telkens opnieuw mag beginnen) en het leerstofaanbod van vakken als geschiedenis, aardrijkskunde, wereldoriëntatie (democratie) en godsdienst/levensbeschouwing (identiteit).